Zodra de olijfjes in het Middellandse zeegebied zijn geoogst vanaf oktober tot januari worden ze naar de molen gebracht. Een molen is meestal coöperatief georganiseerd en vormt het agrarisch centrum van een streek. Daar worden de olijfjes met pit en al tot moes gemalen en de olie samen met het vrucfhtwater eruit geslingerd (of op de oude manier geperst). De olie (van vele aanbieders, dus van vele olijvensoorten) wordt naar de centrale opslagtank gestuurd en het afval ofwel de perskoek (IT Sansa - SP Orujo - EN Pomace) wordt opgeslagen in een grote stortkoker. Wat de verkoop van de olie betreft, bedient de molen natuurlijk allereerst de plaatselijke bevolking, het merendeel wordt met tankwagens tegelijk verkocht en komt terecht bij de grote internationale bedrijven. Deze ontfermen zich dan tevens over de achtergebleven perskoek, die immers nog tot 8% olie kan bevatten, onmogelijk om met mechanische middelen nog te winnen. Vele grote bedrijven laten de molens thans betalen voor het weghalen van de perskoek als dienstverlening! Deze perskoek vormt een goedkope en welkome grondstof voor de raffinaderij. Met chemische middelen is het namelijk zeer goed mogelijk om zelfs de laatste druppel olijfolie nog te winnen.
Verschillen tussen koudgeperste extra olijfolie en geraffineerde olijfolie.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||



